Vakantiesnelcursus B/C diploma.

Niet 3 maanden maar 3 weken in het zwembad zitten?? Uw kind kan zijn of haar B of C diploma nu in 3 weken behalen! 2x per week 2 uur zwemmen.

 

Inschrijven

Diplomapakket

Om uw kind te laten deelnemen aan een zwemcursus, koopt u een diplomapakket.
Het voordeel van dit diplomapakket is dat de kosten voor de zwemles voor u overzichtelijk
zijn. U betaalt éénmalig een bedrag en daar komen geen extra kosten bij tot uw kind het
zwemdiploma heeft behaald.

Diplomapakket bestaat uit:

  • Onbeperkte diplomagarantie: als uw kind niet aan het einde van de cursus kan
    afzwemmen en wel alle lessen heeft gevolgd (ziekte uitgezonderd), dan zwemt hij/ zij kosteloos verder tot aan het behalen van het zwemdiploma.
  • Feestelijk afzwemmen.
  • Internationaal erkend zwemdiploma.
  • Diplomagarantie

De meeste kinderen kunnen na afloop van de cursus afzwemmen voor het zwemdiploma.
Als uw kind nog niet kan afzwemmen, dan kan hij of zij tijdens de B/C zwemlessen verder
zwemmen. De vervolglessen vallen onder de diplomagarantie. Dat betekent geen extra
kosten tot je kind heeft afgezwommen voor het B of C-diploma.

 

Diploma eisen

Uitvoeringseisen Zwemdiploma - Survival B
Gekleed in zwemkleding, shirt met lange mouwen, lange broek en schoenen

  1. Te water met een halve draai om de lengteas, waarna de zwemmer 15 seconden
    recht- op gaat watertrappen.
  2. Aansluitend wordt een erkende borstslag (voorkeur: schoolslag) over een afstand
    van 50 meter gezwommen. Ga onder een mat door en zwem aansluitend met een
    erkende rug-slag (voorkeur: enkelvoudige rugslag) over eveneens een afstand van 50
    meter.
  3. Daarna klimt de zwemmer zelfstandig het water uit, zonder gebruik te maken van
    een trap. Gekleed in zwemkleding
  4. Te water met een kopsprong, waarbij de zwemmer geheel onder water dient te
    gaan. Vervolgens oriënteert de zwemmer zich onder water door iets te pakken, aan
    te raken of ergens doorheen te zwemmen. Dit voorwerp dient zich op 6 meter van de
    kant te be- vinden, op een minimale diepte van 1,25 meter. Aansluitend wordt een erkende borst- slag (voorkeur: schoolslag) over een afstand van 100 meter gezwommen. De zwemmer zwemt door een hoepel op minimaal 1 meter diepte, klimt direct over een mat en laat zich er rugwaarts vanaf vallen.
  5. De zwemmer zwemt verder met een erkende rugslag (voorkeur: enkelvoudige
    rugslag) over een afstand van 75 meter. De zwemmer klimt zelfstandig het water uit, zonder gebruik te maken van een trap.
  6. Te water met een startsprong, waarna de zwemmer 3 seconden in horizontale
    ligging uitdrijft. Aansluitend wordt een erkende borstslag – die anders is dan de
    eerdere (voor- keur: borstcrawl) – over een afstand van 10 meter gezwommen.
  7. Te water met een schredesprong of hurksprong. De zwemmer zwemt terug naar de kant en zet zich vanuit het water tweebenig af tegen de kant. De zwemmer drijft vervolgens met een gestrekt lichaam 3 seconden uit en zwemt daarna een erkende rugslag – die anders is dan de eerdere (voorkeur: rugcrawl) – over een afstand van 10 meter.
  8. Op minimaal 3 meter vanaf de kant ligt een boot/mat in het water met daarop
    enkele zwemmers. Eén zwemmer valt zijwaarts of achterover in het water en vervult de rol van ‘drenkeling’. De andere zwemmers op de boot vervullen de rol van ‘redders’, waarschu- wen elkaar en roepen een op de kant staande volwassene aan. De ‘redders’ werpen/ reiken vervolgens een zwemnoodle (of ander zacht, drijvend hulpmiddel) naar/aan de ‘drenkeling’ en helpen deze aan boord.
  9. Te water met een hurksprong en zwemmen naar de omgeslagen boot/mat (met een band eronder). De zwemmer gaat onder de boot en blijft daar 5 seconden. Vervolgens laat de zwemmer zich onder water zakken en zwemt naar een pylon die 2 meter verder op een diepte tussen de 1,30 en 1,80 meter op de bodem staat.
  10. Te water met een rol en gedurende 1,5 minuten watertrappen, waarbij elke zwemmer zich 20 seconden met een drijfhulpmiddel, (zoals een PET-fles of bal) drijvende mag houden om uit te rusten om daarna weer door te gaan met watertrappen.
Uitvoeringseisen Zwemdiploma - Survival C

Gekleed in zwemkleding, sweater met lange mouwen, lange broek, schoenen en een jas

  1. Te water met een val achterwaarts, waarna de zwemmer 15 seconden rechtop
    gaat water-trappen. Er wordt een bal in het water gegooid op een afstand van
    ongeveer 2 meter. De zwemmer zwemt naar de bal en werpt deze naar de
    dichtstbijzijnde persoon op de kant.
  2. Aansluitend wordt een erkende borstslag (voorkeur: schoolslag) over een afstand
    van 100 meter gezwommen: rond de 50 meter trekt de zwemmer de jas al
    zwemmend uit. Vervolgens zwemt de zwemmer onder een mat door, klimt op een volgende mat, ver- laat deze met een rol voorwaarts en zwemt aansluitend een
    erkende rugslag (voorkeur: enkelvoudige rugslag) over een afstand van 75 meter,
    waarbij de laatste 50 meter een bal meegenomen dient te worden (voorkeur:
    kopgreep).
  3. Bij de kant aangekomen, wordt de bal aan een op de kant staande persoon
    afgegeven en klimt de zwemmer op de kant zonder gebruik te maken van een trap.
  4. Te water met een kopsprong, waarbij de zwemmer geheel onder water dient te
    gaan. Vervolgens oriënteert de zwemmer zich onder water door iets te pakken, aan
    te raken of ergens doorheen te zwemmen. Dit voorwerp bevindt zich op 8 meter van
    de kant, op een minimale diepte van 1,25 meter.
  5. Boven water gekomen vervoert de zwemmer, door middel van een zwemnoodle of rescue tube, een medezwemmer als ‘drenkeling’ over een afstand van 15 meter naar de kant. De afstand tussen de drenkeling en de redder moet ruim genoeg zijn, zodat
    ze elkaar niet vast kunnen pakken.
  6. De zwemmer laat zich van een boot kiepen (achterwaartse rol), zwemt naar de
    kant en klimt vervolgens via een mat op de kant. De zwemmer pakt een werpzak en gooit deze naar een drenkeling en trek deze naar de kant.
  7. De zwemmer springt door een grote band in het water, zwemt onder water naar
    een volgende mat of een platliggend zeil met gat en klimt daarop. Omdat ‘oevers af
    kunnen brokkelen’ beweegt de zwemmer met een rollende techniek over de mat/zeil met gat om vervolgens op de kant te klimmen. Gekleed in zwemkleding
  8. Zwem op tempo in een erkende zwemslag een afstand van 25 meter.
  9. Te water met een schredesprong of hurksprong en terugzwemmen naar de kant. Zwem vervolgens 50 meter in erkende rugslagen (enkelvoudige rugslag, rugcrawl) en 50 meter in erkende borstslagen (schoolslag, borstcrawl), waarvan minimaal 15 meter borstcrawl. 10. Met een rechtstandige sprong te water en vervolgens over een afstand van 2 meter op de rug wrikken in de richting van het hoofd, daarna 2 meter in de richting van de voe- ten. Vervolgens 30 seconden gelijkzijdig watertrappen, 30 seconden ongelijkzijdig wa- ter-trappen, waarna nog 20 seconden met de benen stil en alleen armenbewegingen. Daarna klimt de zwemmer uit het water naar eigen keuze.

Bonus ‘Fiets te water’

Met een speciaal geprepareerde fiets rijdt de zwemmer over een mat het water in en
weet zichzelf te redden.

Data &

Tijden

B/C diploma
Woensdag
15:00 – 17:00

Zaterdag
09:00 – 10:00

Tarieven

3 weken vakantie snelcursus €300,-

Inclusief:

  • 12 uur les
  • Diploma kosten en garantie
  • Feestelijk afzwemmen

Inschrijven B/C Snelcursus

Gaat het om een diploma B of diploma C?

Geslacht

Algemene voorwaarden

8 + 7 =